Subsidie Lerarentekort

De landelijke aanpak van het lerarentekort staat ondertussen niet stil. De lerarenopleidingen spelen hierin een cruciale rol en hiervoor is €11 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld. Lerarenopleidingen zetten in op het bieden van meer flexibiliteit en maatwerk, door onder meer beter rekening te houden met eerder verworven competenties van zij-instromers. Daarbij gaan de lerarenopleidingen intensiever samenwerken met scholen, om zij-instromers beter te begeleiden, de opleidingen aantrekkelijker te maken en uitval te voorkomen. Ook wordt de subsidieregeling voor zij-instromers dit jaar verhoogd met €5 miljoen euro, waardoor 250 extra zij-instromers gebruik kunnen maken van subsidie. Naar verwachting wordt in oktober 2020 een convenant gesloten tussen de minister van OCW, de Vereniging Hogescholen (VH) en de Vereniging van Universiteiten (VSNU) met een verdere uitwerking.

Extra geld voor noodplannen G5

Het kabinet maakt voor een periode van vier jaar €116 miljoen vrij voor de uitvoering van de noodplannen G5 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere), waar het lerarentekort het grootst is. Per jaar gaat er €21 miljoen extra naar de uitvoering van de noodplannen G5, bovenop de €9 miljoen die al eerder is vrijgemaakt voor het verbeteren van de opleiding en begeleiding van zij-instroom in de G5. Daarnaast komt €11 miljoen vrij voor de lerarenopleidingen. Hiermee wordt verder gewerkt aan het flexibiliseren van de lerarenopleidingen en het bieden van meer maatwerk.

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Almere en Utrecht hebben inmiddels een noodplan gemaakt. Per stad zijn convenanten ondertekend, met concrete afspraken over de uitvoering van de plannen en de monitoring en evaluatie.

Iedere stad kiest voor een eigen aanpak. Zo krijgen in Amsterdam alle leraren in het primair onderwijs een toeslag. Leraren op een school met veel achterstandsproblematiek krijgen een hoger bedrag dan leraren op andere scholen. Rotterdam en Den Haag zetten het geld in voor bovenschoolse begeleiding van leraren en inzet van meer onderwijsondersteunend personeel en vakkrachten. In Utrecht ligt de focus op de begeleiding en professionalisering van startende docenten. Almere wil investeren in extra ondersteunend personeel en de begeleiding van startende leerkrachten.